Verhalen achter de foto`s

Flevoland en de Ruigpootbuizerd

Vandaag en gisteren was de bedoeling om hier in de buurt een paar beelden te schieten van de Ruigpootbuizerd. Een soort die ik nog niet mooi gefotografeerd heb. Als de winter nadert komt deze soort die oorspronkelijk uit Scandinavië komt, ons land bezoeken. Deze Buizerd bidt veel vaker dan de gewone Buizerd en hij ziet er ook anders uit. Kenmerkend is de mooie witte staart met een duidelijk zichtbaar, donkere eindband. De banden op de staart kunnen ook nog weer het geslacht bepalen. Ook de snavel is kleiner en de poten zijn tot aan de klauwen begroeid met veertjes. Het is nu 13 november en ik heb er al diverse zien vliegen her en der. Een plek waar ik ze regelmatig tref is aan de Ketelmeerdijk in Flevoland. Meestal zitten de vogels te ver weg voor een goede foto en `s morgens heb je daar de zon precies in je gezicht. Geen optie dus! De eerste roofvogel die ik tegenkwam was een Sperwer. Een volwassen mannetje schoot voor de auto langs en verdween net zo snel weer achter de huizen. Een echte vogeljager en de verrassingsaanval is zijn specialiteit. Via de Tarpanweg richting de Ketelmeerdijk rijdend zie ik links en rechts de verschillende Buizerds. Lichte en donkere varianten kom je hier dikwijls tegen. Eigenlijk kom ik hier elke dag zeker twee keer langs. Nu het winter wordt en `s morgens nog donker is, zie je niks. Op de Ketelmeerdijk zit een Torenvalk die redelijk mee wil werken om gefotografeerd te worden.

Het licht is niet optimaal, maar ik probeer het beste er van te maken door de auto zo te zetten, dat het licht het gunstigst uitkomt. Het licht komt nu van opzij en is eigenlijk niet optimaal voor een goede foto vind ik. Maar belangrijker is, dat de valk mooi blijft zitten. Ik denk dat ik hier hooguit acht meter vanaf sta. De vogel gaat onverstoord door met jagen vanaf de paal. Een stuk verder achter de Torenvalk zaten honderden Kieviten die plotseling allemaal de lucht in gaan. Paniek! Een volwassen vrouwtje Slechtvalk zaait onrust tussen de verzamelende weidevogels. Ze slaat geen van de vogels. Uiteraard heeft de Torenvalk de vijand ook gesignaleerd en deze duikt helemaal in elkaar en trekt de veren tegen het lijfje.

Bang om zelf ten prooi te vallen aan deze grote valk, poept ze van angst over haar zitplaats. Daar komt ze aan! Met diepe vleugelslagen komt ze op ooghoogte precies langs de Torenvalk vliegen. Een prachtige volwassen dame. Spierwit van onderen en mooi een soort van donkerblauw op de rug en vleugels. Een foto maken was onmogelijk! Jammer genoeg een boel tegenlicht en bovendien een zeer snelle vogel!Gauw de auto weer starten en proberen om de Slechtvalk toch te fotograferen. Ik zie de vogel hoogte winnen en oversteken van de dijk over de haven van Ketelhaven. Met de vogel in het oog houdend rij ik toch weer veel te hard richting de Vossemeerdijk. Daar tref ik de Slechtvalk weer die in glijvlucht steeds lager over het water vliegt. De Kuifeenden duiken verschrikt weg, maar de valk heeft er geen enkele aandacht voor. Inmiddels rij ik boven de honderd en de valk vliegt moeiteloos voorop. De handpennen worden gebruikt als een soort propellers die in de luchtstroming bijten en zo de vogel voort trekt. Prachtig om te zien! Ze heeft duidelijk een doel waar ze voor gaat. Vlakbij de plaat van het Vossemeer zitten een aantal Wintertalingen. Met enorme snelheid vliegt ze er op af. De eenden hebben haar in de gaten en gaan op de wieken. Wat een enorme paniek wordt hier veroorzaakt! De Slechtvalk maakt bewegingen waar een jaren getrainde gevechtspiloot van een F-16 jaloers op zou worden. De G-krachten die de vogel krijgt te verduren zouden een piloot zijn bewustzijn laten verliezen! De speciaal ontwikkelde neusgaten van de valk zijn gebouwd om tijdens deze capriolen en enorme snelheden gewoon door te kunnen ademhalen. Uiteindelijk lukt het de uitmuntende jager niet om een taling te bemachtigen, maar wat heb ik een prachtige jachtvlucht mogen meemaken.

De Slechtvalk gaat even later zitten op de drooggevallen plaat, waar normaal allemaal verschillende soorten vogels pleisteren zoals Kievit, Goudplevier, Wulp, Bonte strandloper, Kokmeeuw, Aalscholver, enz. Nu zijn er geen vogels te bekennen! De valk kijkt eens wat om zich heen en gaat haar verenpak uitgebreid zitten poetsen alsof er niks gebeurd is.

Jammer genoeg kan ik er geen mooie foto van maken, maar deze twee beelden zijn er om toch een klein beetje te laten zien hoe schitterend ze is. Het gebeurde allemaal op zeker tweehonderd meter afstand en dan is het niet te fotograferen. Een forse uitsnede van twee foto`s toont dit als resultaat. Het is alleen om het een klein beetje te herbeleven............. Goed, de auto wederom gestart en verderop gekeken naar waar ik op zoek was. Ik zie een mooie lichte Buizerd die ik ga proberen te fotograferen. Raam open, rijstzak in het raamopening, camera op de juiste instelling en hopen dat ie zitten blijft!

De Buizerd trekt zich totaal niks van me aan en laat me een aantal beelden maken. Het is een mooie lichte variant die misschien wel een verre reis achter de rug heeft om in ons land te gaan overwinteren samen met de Ruigpootbuizerd. De Buizerd vliegt van de paal en grijpt een kleine prooi, waarschijnlijk een muis dat ik niet kan zien. Een stukje verder gaat ie weer zitten om de knager te verkroppen naar de maag. Opeens zetten de veren zich op en ik weet precies wat er komt!

             

          

Een enorme sliert van uitwerpselen wordt ver achteruit gespoten. Deze vogel heeft duidelijk genoeg gegeten! Ik laat de roofvogel verder met rust en ga verderop kijken voor andere soorten. Als Cor me belt met een aangename tip, ga ik er meteen kijken. Ik ben er inmiddels nog geen twee kilometer vanaf. Op de plek aangekomen zie ik ze al zitten.

In een dode boom zitten twee enorme volwassen Zeearenden. Onmiskenbaar zijn de grote gele snavel en enorme klauwen. Het vrouwtje zit rechts en is waarschijnlijk het eerste jong dat in de Oostvaardersplassen uit het ei is gekropen. Het vrouwtje dat eerder bij deze man hoorde is op een of andere manier niet meer bij haar partner waar te nemen. Even later vliegt eerst het vrouwtje op gevolgd door de man. Op het eiland lopen vier mensen rond te struinen die niks in de gaten hebben. Inmiddels is er niks meer te zien, maar ik kijk nog wel rond of er toevallig nog iets voor de lens wil komen zitten. Rustig terug rijdend over de Vossemeerdijk, Ketelmeerdijk en dan via de Tarpanweg zie ik toch een Ruigpootbuizerd!

          

          

Biddend en zoekend naar iets eetbaars stort deze mooie roofvogel zich op een prooi. Toch zal deze poging niets worden.

Wederom wordt er tussen de schapen naar iets eetbaars gedoken. Ook deze poging is tevergeefs!

          

Met poten die bevederd zijn tot aan de klauwen vliegt deze Ruigpootbuizerd weer op en probeert het opnieuw. Als ik vlak bij huis ben, zie ik boven het Swifterbos het adulte mannetje Havik nog cirkelen. Zal er dan nog voldoende warme lucht opstijgen om even van de thermiek gebruik te kunnen maken? Al met al een dag vol roofvogels geworden.

Bronsttijd voor de Edelherten in het Nationaal Park De Hoge Veluwe

Vrijdag 26 september ben ik voor het eerst de bronst van de Edelherten wezen fotograferen in het prachtige natuurgebied de Hoge Veluwe bij Hoenderloo. Eigenlijk had ik het me een beetje anders voorgesteld dan hoe het hier gebeurt. Nadat we door de poorten van het park met de auto naar binnen gingen, was ik stomverbaasd hoe hier de bronst eraan toe ging. Nu is de bronst van de Edelherten niet veel anders dan bv in de Oostvaardersplassen, maar het "circus" er omheen. Toen ik de bocht doordraaide en uitzicht op de heidevelden had, viel me de mond open. Er stonden werkelijk honderden fotografen op een rij te wachten tot de dieren uit de dekking gingen komen. Ook stonden er evenveel auto`s langs de weg geparkeerd!

                Op de foto zie je een klein stukje van de fotografenmassa die allemaal hun plaatje van de herten willen maken. Opeens komen er uit de bossen twee medewerkers van het park en die beginnen met het uitstrooien van fruit en andere etenswaren voor de herten. Je kunt wel in de verte al horen dat de mannetjes aan het burlen zijn. Een doordringende brul die indruk moet maken op de kuddes vrouwelijke soortgenoten en tegelijkertijd de buurmannen moet waarschuwen. De bokken van de Edelherten zullen er alles aan doen om het alleenrecht te hebben over de vrouwtjes. De bokken zijn nu op hun mooist met hun lange, donkerbruine manen en enorme geweien. De vertakkingen of enden worden elk jaar groter en het worden er meer. Tot maximaal dertien enden kunnen er aan een volgroeid gewei zitten. Jagers spreken dan over een kapitaalhert.

           

In de verte komt de eerste bok uit het bos gelopen. Ik weet niet wat ik hoor! De camera`s om me heen ratelen als mitrailleurs van een grote groep soldaten. Al gauw verdwijnt het imposante dier weer tussen het struikgewas. Dat was het dan! Aan de andere kant van de hei, waar het ook wemelt van de fotografen, lopen de kuddes herten. Nou er op af dan maar. We (Cor en ik) lopen gauw naar de andere kant. En om eerlijk te zijn is het toch een schitterend gezicht wat daar allemaal gebeurt.

             

           

Een groot mannetje staat bij een poel om een bad te gaan nemen. Hij slaat wat met zijn poot door het water wat grote spetters oplevert. Een jong dier komt enorm hard aansprinten en knalt vlak langs de bok door het water heen. Alles is jammer genoeg niet scherp op de foto te krijgen vanwege de te lage sluitertijden. Het licht in het bos neemt enorm snel af, omdat we laat zijn. De Edelherten beginnen nu eenmaal niet eerder op de dag met dit jaarlijkse ritueel. De bok blijft trappelen in het water en er worden door mij en de andere fotografen waarschijnlijk duizenden foto`s van hem gemaakt. Het dier zelf is zich gelukkig nergens van bewust en houdt zich alleen bezig met indruk maken op de hindes.

           

           

Inmiddels rolt hij even door het water en de bijbehorende modderkluiten. Wat moeten ze er een moeite voor doen om de vrouwtjes voor zich te winnen en te behouden. uiteraard gaan ze een gevecht met een ander mannetje ook niet uit de weg. Als hij klaar is met het uitgebreide bad, gaat het rechtop staan en laat een enorme burl horen. Ja het heet echt burlen en geen brullen. Dat doen de leeuwen in de dierentuin. Hij loopt weer op de kudde af en bemoeit zich weer met de hindes. Ze moeten allemaal meekomen. Ook als er een te lang treuzelt en wat achterblijft, wordt ze netjes weer opgehaald door meneer.

            

Opeens begint het vanuit het niets enorm hard te regenen! Gelukkig was het licht dermate slecht dat we toch moesten stoppen met fotograferen. De auto staat dichtbij en veel water blijft ons bespaard. Anderen hebben meer pech en worden kletsnat! Veel mannetjes heb ik niet gezien. Hooguit een stuk of vier of vijf imposante bokken met enorme geweien. Deze geweien worden aan het eind van de winter weer afgeworpen waarna meteen de nieuwe weer begint te groeien. Rond eind juli is het gewei weer volgroeid en keihard. Het is dan ook gevoelloos. Ze gebruiken het ook om mee te vechten met andere bokken. Het is een ritueel dat je een keer moet meegemaakt hebben in de Hoge Veluwe. Ik fotografeer zelf liever op rustiger gelegen gebieden en weinig poespas er omheen. Toch heb ik me verbaasd wat voor een apparatuur de mensen tegenwoordig allemaal bij zich hebben. De allerduurste statieven van Gitzo, lenzen van duizenden euro`s van Canon, Nikon en andere merken en niet te vergeten de camera`s zelf. Achteraf zat ik eens een beetje te rekenen en als er nu 500 mensen hebben gestaan met een gemiddelde waarde van duizend euro aan fotoapparatuur....... Dan hou ik het nog laag aan. Misschien is het wel het dubbele aan mensen en aan apparatuur. Ook de entree van het park en het entreegeld van de auto`s is een succes voor het Nationaal Park de Hoge Veluwe. Zo`n slecht idee is het niet om elk jaar met appels te gaan strooien voor de herten.

 

20 augustus 2011, Varen op het Ketelmeer / IJsselmonding

Op vrijdagmiddag gaat de telefoon of ik morgen mee ga varen. Uiteraard heb ik er wel zin in! Nu ben ik vaker in het gebied varen geweest en je kunt er altijd wat verrassends tegenkomen. Cor  kent het gebied zeer goed en om 07:00 zaten we in de boot en gingen stroomafwaarts de IJssel op richting het Ketelmeer. We gingen voor de Reuzenstern en de Visarend. Voorgaande jaren hebben we deze soorten regelmatig gezien. Cor had beide soorten dit jaar nog niet gezien, dus werd het tijd. Het eerste waar we op getrakteerd werden waren de beide Zeearenden die hier al een paar jaren in het gebied leven.

         

De beide reuzen zorgden weer eens voor paniek onder de aanwezige vogelsoorten. Helaas gebeurde alles op zeer grote afstand, zodat de foto`s enkel als bewijsplaatjes kunnen dienen of hier op dit blog. Toen de vogels weer uit zicht waren, zag Cor drie Reuzensterns zitten. Daar waren we immers voor gekomen! Helaas vlogen ze alle drie vroeg van tevoren weg. 

Wel kon ik een Reuzenstern fotograferen toen die tussen de Aalscholvers en meeuwen stond. Ook een Chileense flamingo stond te foerageren in een ondiep gedeelte van het water. Veel mensen denken bij het zien van een Flamingo aan een warm land. Deze Flamingo`s komen van het Zwillbrocker Venn wat op de Duits - Nederlandse grens ligt. De Flamingo`s verblijven daar vanaf eind februari tot eind juli. De resterende maanden trekken ze naar warmer gebied. Er komen drie soorten voor. De Chileense, de Grote Flamingo en de Caribische Flamingo. De laatste twee zijn het grootst. 120 tot 145 cm.

         

         

Langzaam benaderen met de boot is noodzakelijk om dichtbij de vogels te komen. Deze Flamingo was redelijk benaderbaar. Zittend op de bodem van de boot kon ik een aantal foto`s maken van het opstijgen van deze prachtige tropische verschijning. Cor had net gezegd dat de Visarend toch ook wel ergens kon vliegen en er vloog er al een hoog over de boot. De twee soorten waar we eigenlijk voor kwamen, hadden we dus al vrij snel gezien. Eigenlijk wil ik wel eens een stootduik van de Visarend fotograferen, maar dat is niet zo gemakkelijk. Toch hebben we het al een aantal keren gezien, maar altijd mankeert er wel wat aan voor de foto. Tegenlicht, duiken achter de struiken of bomen of veel te ver weg. In augustus 2009 konden we een Visarend fotograferen die nadat hij een Vis had verorbert van de paal af vloog en daarna met zijn klauwen door het water slepend een slokje water nam. De foto`s staan bij de visarendpagina. De arend die we nu zagen verdween weer uit zicht. Toen we langs een eiland kwamen waar een paar dode bomen op staan, zagen we de vogel zitten in een dode boom.

         

         

Gauw erheen varen, motor uit en af laten drijven naar de vogel die geen veertje verroerd. Cor stuurt de boot prima richting de Visarend. Weer zittend onderin de boot naderen we de vogel steeds dichterbij. Hij laat zelfs nog even zijn kenmerkende roep horen. Dat is een unicum  Wat een schitterende vogel! En in ons eigen water waar we vlakbij wonen. Als de arend vind dat we dichtbij genoeg zijn gekomen, slaat hij zijn vleugels uit en gaat er vandoor. De camera`s schrijven weer vele foto`s bij op de CF kaarten. De spanwijdte kan variëren tussen de 1.5 en 1,7m. Het is een ongeringde volwassen vogel die hier waarschijnlijk op doortrek is. Hij roept nog een keer!

Verder varend turen we de lucht af naar mogelijke vogelsoorten. Opeens komt vanuit het niets de (waarschijnlijk) vrouwelijke Zeearend recht op de boot af vliegen! Camera`s klaar, ze komt dichterbij en heeft een grote vis in de klauwen. Toch vliegt ze weer  veel te hoog en tegen het licht in om een mooie foto te kunnen maken.

         

Met de snavel wijd open vliegt de enorme vogel direct naar het bos van de Roggebot. Waarschijnlijk vliegt ze naar het nest om daar de vis op te kunnen eten en daarna een paar uur te kunnen uitbuiken. Zeearenden kunnen urenlang stilzitten. Helaas hebben we niet kunnen zien hoe en waar de arend de vis gegrepen heeft. Dat blijft een prachtig gezicht om een Zeearend een duikvlucht te zien maken, dan zijn enorme gele klauwen uitslaat om vervolgens de vis of iets anders uit het water te grijpen. We varen weer verder om op een eilandje te gaan kijken naar Baardmannetjes. Misschien kunnen we ze fotograferen met jongen. Vlakbij het eilandje horen we een hoog piepend roepje: Buidelmezen! Deze mezensoort zie je niet alle dagen, dus proberen we er een paar foto`s van te maken. Gauw de boot aan wal gelegd, camera`s klaar en zoeken. Ik maak het geluid van een roepende Buidelmees en meteen is het bingo. Het zijn meerdere vogels en allemaal jonge vogels van dit jaar.

         

         

Sommige vogels komen mooi dichtbij, maar blijven toch meestal wel in de beschutting zitten. Echt helemaal vrij gingen deze vogeltjes niet zitten. Ik ben er in eerste instantie blij mee, want ik had ze nooit eerder gefotografeerd. Deze vogeltjes maken een mooi hangend nestje dat kunstig in elkaar geweven is van allerlei zachte materialen. Meestal hangen deze nestjes in een wilg en vaak ook nog boven het water. In het voorjaar hebben deze vogels een prachtig zwart masker over het oog. Opeens is er enorme paniek onder de verschillende watervogels. Grote zilverreigers, Lepelaars, Ganzen, Blauwe reigers en vele eendesoorten gaan allemaal massaal de lucht in. Dat kan eigenlijk maar één ding betekenen: Een jagende Zeearend!

          

Enorme paniek onder de aanwezige watervogels verteld ons dat de Zeearend aan het jagen is.

         

  Een Lepelaar vlucht ook voor de grote jager. Toch gebeurt alles ver van ons vandaag, zodat de foto`s van de Zeearend niet echt toonbaar zijn. Het geeft wel een indruk wat voor paniek er ontstaat als deze jager op het podium verschijnt.

        

Uiteindelijk wordt het niets met de jachtpoging en de arend vertrekt weer in dezelfde richting als waar we hem de eerste keer vandaan zagen komen. Ze zijn zo groot en toch kun je ze niet gemakkelijk zittend vinden. Als we besluiten om nog een poging te doen voor de Reuzensterns, zien we onderweg weer een Visarend vliegen. De vogel komt in glijvlucht naar beneden en gaat vervolgens in een stukje ondiep water zitten om een bad te nemen. Een wassende Visarend!

         

         

Helaas gebeurt het wassen op een te grote afstand om een mooie scherpe foto te maken, maar wat een mooi moment om mee te maken. Wel hebben we geprobeerd om dichterbij te komen met de boot, maar het water was te ondiep en de wind blies ons in de verkeerde richting. Uiteindelijk besloot de vogel om weg te vliegen en ging recht op een oude ijzeren paal af waar op dat moment een Aalscholver op zat te drogen. De Aalscholver moest toch echt plaats maken toen de roofvogel op deze plaats wilde zitten. De Visarend bleef wonderbaarlijk lang zitten totdat we dichtbij genoeg waren om er een paar mooie foto`s van te kunnen maken! Later zagen we nog een andere Visarend over ons heen komen die net een vis aan het eten was. Al met al weer een zeer geslaagde dag wat de waarnemingen betreft! Het is weer voor herhaling vatbaar. Trouwens op de website van Cor Fikkert kun je nog meer foto`s van deze dag bekijken. Even bij mijn links kijken en aanklikken.

Weidevogels in de polder Arkemheen bij Nijkerk

Ik laat voor vandaag even de Zwarte spechten voor wat ze zijn en ga even ergens anders mijn geluk beproeven. Het is zaterdag 2 april en het weer is, zoals voorspeld schitterend! Vlakbij Nijkerk ligt langs de A28 de polder Arkemheen. Een van de weinige gebieden in Nederland waar de weidevogels nog ongestoord hun gang kunnen gaan. Soorten als Kievit, Grutto, Tureluur en Scholekster brengen hier zonder de druk van "te vroeg maaien" hun jongen groot. Soms al in eind februari keert de Grutto hier terug vanuit warmere oorden. Sommige vanuit Zuid Europa en anderen vanuit West Afrika. Ze leggen zeer grote afstanden af. Als de roep weer is te horen en de vogels hun kantelende vlucht weer laten zien, is het voor mij pas écht voorjaar! Schitterend om alle geluiden weer te horen van de weidevogels. Arkemheen is er uitermate geschikt voor!

     Nederland is een belangrijk gebied voor de Grutto. Tot 90% van de Noord-West Europese vogels verkiest ons land om hun jongen groot te brengen. De mannetjes eten graag regenwormen. Ze krijgen er de mooie roestbruine kleur van en proberen de vrouwtjes zo het hof te maken. Hoe meer regenwormen, des te mooier de kleuren worden van de mannetjes. Grutto`s broeden het liefst met een aantal soortgenoten in de buurt zodat de vijanden snel opgemerkt worden en verjaagd kunnen worden. Geduchte vijanden zijn roofdieren als Wezel, Hermelijn en bunzing, maar ook kraaien, Buizerds, meeuwen en Blauwe reigers worden hardhandig achterna gezeten en verjaagd. Dat is mooi om te zien gebeuren.

           

Ook de Tureluur broedt in de Arkemheen. Ik zag alweer verschillende paartjes fourageren en er werd al flink op los gepaard. De weidepaaltjes worden gebruikt als uitkijkpost. Zo houden ze het territorium goed in de gaten. Af en toe een oogje dichtknijpend om vervolgens bliksemssnel weg te vliegen en achter soortgenoten aan te gaan. De mooie roep die omschreven wordt als tjuu, tjuu, tjuu is dan lang hoorbaar. Met enige oefening kun je aan de geluiden al horen wat er aan de hand is.

           

Alles wordt nauwlettend in de gaten gehouden en vaak zijn de vogels gemakkelijk te benaderen voor een foto. Deze Grutto hierboven krabde zich eens even achter de oren voordat ie het luchtruim weer verkoos. Hij was de veren aan het poetsen. Het verenpoetsen is een zeer belangrijk onderdeel van het dagelijkse ritueel van alle vogels. Het verenpak wordt veertje voor veertje ingesmeerd met vet dat de vogels vlakbij de staartwortel uit een vetklier halen. Het verenpak wordt zo vuil- en waterafstotend. Trouwens de Aalscholver heeft echter weinig vet in de veren, waardoor die zijn pak moet laten drogen. Het was mooi om weer even in de polder te rijden. Verschillende mooie soorten gezien en gehoord, maar helaas niet allemaal kunnen fotograferen. Op weg naar huis nog even bij een plekje wezen kijken waar ik al jaren achtereen verschillende soorten zangvogels tegenkom. Roodborsttapuit, Tapuit, Zwarte roodstaart, Kneu, Blauwborst, Rietzanger en vele andere soorten. Misschien dat ik me daar binnenkort maar eens even een paar uurtjes ga vermaken. In Swifterbant aangekomen zag ik vlakbij het park twee Gaaien zitten op het gras. De ene vogel maakte duidelijk de indruk niet weg te gaan vliegen. De reden had ik gauw achterhaald. De vogel was bezig een zogenaamd mierenbad te nemen. Een prachtig gezicht.

          

          

 Het mierenbad neemt de Gaai niet zonder reden. De vogel heeft dan last van luizen die in de veren wonen. De mieren zorgen voor een zuur dat de luizen onmiddellijk dood of ze gaan er vandoor als dat nog lukt. Soms pakt de Gaai een mier tussen de snavel en als afwegingssysteem spuit de mier meteen het zuur op de veren van de vogel. Een prachtige manier om de Garrulus glandarius (want zo luidt de wetenschappelijke naam) zijn veren op en top in conditie te houden.

 

 

Op zoek naar de Zwarte Specht

Dit jaar wil ik me op twee specifieke soorten vogels gaan richten om te gaan fotograferen. Dat zijn de Zwarte specht (Dryocopus martius) en de Fluiter (Phylloscopus sibilatrix). De laatstgenoemde is pas eind april of begin juni terug, dus die hoef ik nog niet te zoeken. Het is immers pas 6 maart. De Zwarte specht is het gehele jaar in ons land aanwezig. In het verleden wist ik altijd een nest van een Zwarte specht, maar dat is inmiddels zo`n twintig jaar geleden! Toch ben ik op zoek gegaan in datzelfde gebied als waar ik vroeger vaak kwam en daar de vogels regelmatig zag en hoorde. De roep van deze specht lijkt nogal op die van de Groene specht. Toch zijn ze met enige oefening goed uit elkaar te houden. De vluchtroep van de Zwarte specht is eigenlijk onmiskenbaar en uniek. De roffel is ook veel zwaarder en doffer dan die van soortgenoten zoals de Grote- en de Kleine bonte specht. De Groene specht roffelt trouwens maar zelden! Aangekomen op de plek van bestemming ben ik meteen gaan zoeken naar grote ovale gaten in de bomen. Zwarte spechten hakken ovale holen in tegenstelling tot de ronde die de andere spechten maken. Ik had er al snel een tweetal gevonden in een grote oude beuk. De bewoners van de holen waren van een andere soort als waar ik op hoopte...... Er zaten twee paartjes Kauwen in.

                                   

      Bij het onderste hol is duidelijk de ovale vorm te zien.              Een andere holbewoner dan de Zwarte specht!

Opeens werd ik verrast door het geluid van de Groene specht! Na even zoeken kreeg ik de vogel in de kijker. Het was een mannetje die de bomen aan het inspecteren was of er iets eetbaars te vinden was. Af en toe maakte hij het bekende lachende geluid terwijl ik `m goed in de gaten bleef houden. De specht draaide naar de andere kant van de boom en kwam in glijvlucht een stukje dichterbij zitten in een beuk. Opvallend was de gele stuit van de vogel die goed zichtbaar was. Vlug de camera in de aanslag en proberen een foto te maken. De plek waar deze prachtige vogel ging zitten, was eigenlijk niet fraai. Precies in het tegenlicht! Nu was het licht om kwart over acht ook nog niet al te best, dus ISO 400 en dan ook nog maar met 1/100 uit de hand met 500mm zonder stabilisator! Resultaat was dan ook om niet echt blij mee te zijn. Helaas.

                                    

Het mannetje onderscheidt zich door de gehele rode teugel onder het zwarte bij het oog. Bij het vrouwtje is deze zwart.

De alarmroep van een Winterkoning maakte mij attent op een niet alledaagse ontmoeting. Een klein, fel roofdiertje kroop door het gebladerte en door de takken op zoek naar een prooi. Op mijn knieën liggend,kon ik een kort moment van het zoogdiertje vastleggen. Het is een Wezel! Vlug maak ik een piepend geluidje en ik heb heel even zijn aandacht!

         

Een kort moment met een prachtig klein roofdiertje. Je moet zeer snel reageren om een plaatje te kunnen maken.

De soort waar ik voor op pad was gegaan had zich nog niet laten zien of horen. Eigenlijk had ik er wel op gehoopt en stiekem was ik er vanuit gegaan om ze weer te kunnen ontdekken. Maar ik geef het uiteraard nog niet op! In een ander gebied een paar kilometer terug, was het ochtendconcert van de vogels volop aan de gang. De Boomklever, Vink, Koolmees, Boomkruiper, Groenling, Zwarte mees, Roodborst, Grote lijster, Merel en Zanglijster waren allemaal te horen. Fantastisch! Opeens klonk er een alarmroep van een Zwarte kraai boven in de lucht. Al gauw wist ik de reden ervan te achterhalen. Een tweede kalenderjaar mannetjes Havik zorgde voor de paniek. De Zwarte kraai wilde proberen de jonge vogel weg te jagen.

         

Uiteindelijk had de Havik geen zin om met de Zwarte kraai te gaan vechten, maar het was voor de kraai geen ongevaarlijke actie. Uiteindelijk kan de kraai ook tussen de klauwen van de rover belanden en als prooi te dienen! Uiteraard ben ik nog niet klaar met de Zwarte specht. Niet gezien en niet gehoord vandaag. Volgende keer beter!

Eerste kerstdag

Je hebt soms een dag dat alles lijkt mee te zitten. Toen ik `s morgens de straat uit reed had ik het raam nog open. Ik hoorde een geluid dat mij als muziek in de oren klonk! Een eentonig riedeltje dat ik goed ken! Al rondkijkend zag ik verderop een vogel zitten ter grootte van een Spreeuw. Toen ik met de verrekijker keek, zag ik dat het een Pestvogel was. Pestvogels zijn hier wintergasten die je niet vaak tegenkomt. Ze zijn meestal niet schuw en gemakkelijk benaderbaar. Ik kon ook redelijk dichtbij komen, maar de vogel liet zich niet mooi vrij fotograferen. Mijn eerste Pestvogel voor mij in mijn woonplaats. Op de achtergrond hoor je straks het winterroepje dat onmiskenbaar is voor de Bombycilla garrulus. De Pestvogel.

                    

Verder gereden richting de Ketelmeerdijk zag ik boven het industrieterrein in Swifterbant een Havik vliegen. De vogel maakte duidelijk meer snelheid. Toen ik verder keek zag waarom. Hij had het gemunt op een Turkse tortel die een eind verderop vloog. Met dichtgevouwen vleugels stortte de Havik zich naar beneden, maar zonder resultaat. Wel had ik ondertussen met de kijker kunnen zien dat het een volwassen mannetje was. De tortel had vandaag een geluksdag! Op de Tarpanweg zag ik iets heel bijzonders. Een Smelleken zat hoog in de lucht achter een zangvogeltje aan. Wat voor zangvogel het was ben ik niet 100% zeker van. Ik ben snel gestopt en heb zeker drie minuten kunnen kijken naar een fantastische demonstratie waar menig straaljagerpiloot jaloers op zou zijn! De kleine valk die hier wintergast is, maakte enorme snelheden, loopings en salto`s. De prooi bleef elke keer uit de scherpe klauwen van de jager. Ook kwamen ze soms zo dicht langs mij heen dat ik de vleugels kon horen suizen. Elke keer bleef de kleine vogel het Smelleken een stapje voor of maakte een schijnbeweging die weer net te scherp was voor de rover. Ik kon er een paar plaatjes van maken, maar zonder kwaliteit!

             

           

           

           

Opeens vlogen beide vogels bij een boerderij de voortuin in en de prooi verdween in de struiken. De achtervolger kwam een paar seconden later weer omhoog en ging een eind verderop in een hoge boom zitten. Met de kijker kon ik nu goed de vogel bekijken. Het was een schitterend vrouwtje. Het Smelleken is een van de kleinste valkensoorten. Hij is kleiner dan de Torenvalk. Opeens vloog de vogel uit de boom en vloog mijn richting weer op. Laag over de grond kwam ze langs me heen. Een stukje verderop landde ze op een verkeersbord. Gauw in de auto en kijken of ik er een plaatje van kan maken! Eerst van veraf, maar daarna van steeds dichterbij tot op ongeveer tien meter. Helaas is dan het verkeersbord geen mooie zitplaats.

           

Ik kon een paar plaatjes maken en daarna koos ze vervolgens weer het luchtruim. Aan het eind van de weg vlakbij de Ketelmeerdijk zaten nog twee Buizerds die alle twee wel even op de foto wilden.

            

Het mooie van dit winterse weer is dat de roofvogels vaker iets beter willen meewerken met de fotograaf. Ze blijven vaak net dat beetje langer zitten om even een foto te maken. Langs de dijk rijdend kwam ik nog de gebruikelijke soorten tegen. Verschillende Buizerds en Torenvalken zaten langs de dijk op de paaltjes en in de beide meren zaten weer de nodige eendensoorten. Kuifeenden, Tafeleenden, Brilduikers, Nonnetjes en Grote zaagbekken dreven allemaal op het water. Inmiddels zat mijn tijd er weer op en moest ik weer terug naar huis om te eten en `s middags moest ik weg. Ik was nog maar net thuis toen de telefoon alweer ging. Cor belde om te vertellen dat zijn. auto vast was komen te zitten bij het fotograferen van Watersnippen! Ik moest hem dus even assisteren en eruit trekken. Ik ben al onderweg! Vlakbij waar de auto van Cor stond, zag ik opeens een Roerdomp in de berm van de weg staan! Nu zie je de Roerdomp maar heel zelden. Je maakt de beste kans bij dit winterse weer met veel sneeuw. De vogel ziet me en gaat direct in de zogenaamde "paalhouding" staan!

                                       

Tientallen opnames verder belt Cor dat hij er inmiddels weer uit is. Ik vertel hem dat ie meteen moet komen, maar net wanneer hij aankomt, ziet hij nog net de Roerdomp wegvliegen. Ed van Zoonen die ik ook getipt had heeft meer geluk! Inmiddels was ik weer terug naar huis gegaan om te eten en ik moest nog weg! Opeens ging wederom mijn telefoon. Cor: "Er zit hier een redelijk makkelijk benaderbare Brilduiker en ik zit op tien meter afstand!" Zo`n kans moet je dan toch nog even meegrijpen. Ook op eerste kerstdag! Aangekomen zag ik de vogel. Eerst tellen hoelang hij bij de volgende duik onder water blijft. Ongeveer twintig seconden. Als hij weer onder water verdwijnt, zit ik binnen twintig seconden klaar naast Cor.

          

          

          

Brilduikers fotograferen op deze afstand is een buitenkansje die je eigenlijk moet benutten. Wat zijn ze schitterend!! Na bijna een kaartje van 2 Gigabyte vol te hebben geschoten ga ik terug naar huis. Onderweg raakt de kaart toch nog vol vanwege een Buizerd die op een paal zit boven het Ketelmeer. En bij de Tarpanweg zit nog een forse roofvogel. Een Ruigpootbuizerd! Een échte wintergast voor ons land. Hij zit te ver weg. Toch nieuw kaartje in de camera richten en vuur!

          

Links zit de forsere Ruigpootbuizerd. De poten zijn in tegenstelling tot de Buizerd tot aan de klauwen toe helemaal bevederd. De dag was zeer geslaagd! Soorten die sommige mensen nog nooit gezien of gehoord hebben zie je allemaal op één dag!

 

Website van de maand in Grasduinen

Deze maand (december 2010) is mijn website de website van de maand geworden in het maandblad Grasduinen. Grasduinen is een maandblad boordevol met schitterende natuurfoto`s en leuke verhalen. Er staan ook foto`s in van lezers, er is elke maand een fotowedstrijd en er staan wandelroute`s in. Een écht blad voor natuurliefhebbers. www.grasduinen.nl

Of ik met het "uiterlijk van de site" een schoonheidsprijs zal winnen, is uiteraard per mens verschillend. Ik doe in ieder geval mijn best om de site helemaal up to date te houden en van mooie plaatjes te voorzien.

Het Vossemeer en het Ketelmeer in de wintermaanden

In Flevoland kun je langs het Vossemeer en aansluitend het Ketelmeer in de wintermaanden het nodige aan de eendensoorten tegenkomen. Al vanaf eind oktober komen de eerste wintergasten aan om de winter hier door te brengen. Soorten als Kuifeend, Tafeleend, Nonnetjes, Brilduikers en Grote zaagbekken zijn dan aanwezig. Sommige soorten als de Kuifeend tref je eigenlijk het gehele jaar door en broeden hier ook. Je kunt vanaf Kampen de Vossemeerdijk oprijden en beginnen aan de zoektocht naar de eenden. Het Vossemeer begint bij de Roggebotsluis. Hier is bij strenge vorst het water meestal nog dooi. Een verzameling van Grote zaagbekken is hier geen zeldzaamheid. De Grote zaagbek is een echte viseter. Ze jagen vaak groepsgewijs om zo meer succesvol te zijn. `s Winters baltsen de mannetjes. Een prachtig gezicht om zo`n grote duiker met opgezette, groene kruinveren, heftige kop en halsbewegingen te zien maken tegenover een soortgenoot. De vrouwtjes hebben een mooie bruine kop. Let bij de sluis ook op Grote zilverreigers. Soms zit er een grote groep bij elkaar.

Kuifeenden zijn het meest vertegenwoordigd op de beide meren. Hoewel ik ze meer tegenkom op het Ketelmeer. Groepen van een paar honderd vogels zijn soms te zien. De sierlijke mannen zijn makkelijk herkenbaar aan hun zwart-witte uiterlijk en sierlijke, lange kuif. De vrouwelijke soortgenoten zijn wat somberder gekleurd. Ze zijn meest donkerbruin en soms hebben ze een witte vlek rondom de snavelbasis. (De snavelbasis is de plek waar de snavel aan de kop begint.)

            

De Kuifeenden worden vaak vergezeld door Tafeleenden. De Tafeleend behoort net als de Kuifeend, Brilduiker en Nonnetje tot de duikeenden. Deze eendenfamilie duikt bij het voedsel zoeken geheel onder water in tegenstelling tot bv de gewone Wilde eend die bij de zwemeenden familie behoort. Die gaan op de kop staan en houden de staart boven water. Grondelen heet dit. Tafeleenden zijn niet moeilijk te onderscheiden van andere eenden. De mannen hebben een mooie roodbruine kop, de borst is zwart en het lichaam is verder grijs. Tafeleenden hebben ogen met een rode iris. Deze is goed waarneembaar met een telescoop of je moet ze zoals op de foto dicht voor de schuilhut krijgen.

           

De vrouwtjes zijn net als de meeste eendensoorten minder mooi dan de mannen. De kleur bruin heeft hier weer duidelijk de overhand. Een opvallend iets is dat de volwassen vrouwtjes `s winters lichte kopvlekken hebben. De jonge vogels hebben dit niet. In de broedtijd zijn ze helemaal egaal bruin. Vrouwtjes moeten ook minder opvallen wanneer er gebroed wordt en het nest niet op mag vallen aan de roofdieren. Je kunt gemakkelijk een broedende eend op het nest ongezien voorbij lopen. Uiteraard kom je ook de veel voorkomende Wilde eenden tegen. Daarvan zijn de mannen en de vrouwen onmiskenbaar te onderscheiden. We kennen allemaal de woerd (man) van de Wilde eend met zijn mooie groene kop met dunne witte halsring. De vrouwtjes die zijn weer somber bruin getekend. Gemakkelijk herkenbaar. Maar,... als je nu in het park allemaal witte eenden ziet. Hoe zijn dan beide geslachten te onderscheiden? Even gemakkelijk eigenlijk. De mannen hebben een krulstaart die bij vrouwen ontbreekt. `s Winters krijgen de Wilde eenden gezelschap van andere soortgenoten uit Scandinavië en Rusland. En het zijn alleen de vrouwtjes die luid kwakend roepen. Mannen zijn zwijgzamer en kwaken heel zacht.

            

Mijn persoonlijke voorkeur van één van de mooiste eendensoorten gaat uit naar een familielid van de duikeenden. Het is een soort die je hier op het Vossemeer en Ketelmeer in de wintermaanden aantreft. Hij leeft niet in grote groepen zoals voorgaande eenden, maar zwemt vaak alleen of met een paar soortgenoten. Ook zijn ze veel schuwer als andere eenden, dus ook minder makkelijk te fotograferen. Voor een foto van dichtbij heb je toch echt een schuilhutje nodig. Soms heb je geluk en kun je vanuit een auto een vogel dicht genoeg benaderen, maar over het algemeen zijn deze vogels zeer schuw. Ik heb het hier dan over de Brilduiker. De Engelsen hebben deze prachtige eend "Common Goldeneye" genoemd. Het betekend zoiets als: "Gewone goudoog." De Brilduiker heeft een velgele iris met een gitzwarte pupil erin. De mannetjes zijn grotendeels zwart wit getekend en hebben wanneer de zon er mooi op schijnt een mooie groenachtige zweem over de kop. Met ander licht lijkt de kop gewoon zwart te zijn. De vrouwtjes zijn wederom bruin getekend met een witte hals en vleugelspiegel. Bij Brilduikers vind ik altijd dat het net lijkt of de kop los op de hals zit. Zo mooi strak zijn bij de mannen de zwart / groene- en bij de vrouwen de chocoladebruine kop afgetekend op de hals. De mannetjes laten in de winter schitterend baltsgedrag zien. De kop wordt dan helemaal achterover gegooid en ze laten dan een geluid horen dat uit twee lettergrepen bestaat. Het geluid is uiteraard te horen bij de pagina van de Brilduiker. Deze eendensoort broedt in een nestkast of een hol van een boom.

Een andere soort die je rijdend over de Vossemeerdijk en Ketelmeerdijk aantreft is het Nonnetje. Een eveneens zwart witte eendensoort die ook vrij schuw is. Ook hier zijn de mannetjes weer prachtig afgetekend met zwarte lijnen op het overheersende wit. Nonnetjes zijn hier alleen `s winters. In november komen de meeste vogels aan uit het hoge Noorden om hier te overwinteren. De meeste vogels zijn in maart weer vertrokken. De vrouwtjes lijken een klein beetje op het vrouwtje van de Brilduiker. Het vrouwtje Nonnetje heeft een witte wangvlek die bij mevrouw Brilduiker ontbreekt.

Een gelukje heb je als je een prachtig mannetje Krooneend tegenkomt. Krooneenden zijn niet al te goed vertegenwoordigd op het Vosse- en Ketelmeer. De meeste Krooneenden trekken ook weg als het winter wordt. Het mannetje heeft een mooie roodachtige kop waarvan de kruinveren mooi opgezet kunnen worden. De snavel is zeer opvallend felrood. Ze behoren tot de familie van de zwemeenden, maar soms duiken ze ook helemaal onder water om daar plantaardig voedsel te zoeken.

             

Als de broedtijd voorbij is, ruilt de Fuut zijn prachtige zomerkleed in voor het wat somberder winterkleed. De mooie gekleurde mantel rond de kop wordt ingeruild voor een strakke, witte bevedering en de vogels trekken uit de kleinere wateren weg om te verzamelen in de grote randmeren en op zee. Grote groepen kun je soms ook aantreffen op het Ketelmeer. Hieronder heb ik een Fuut in winterkleed kunnen fotograferen die zich even lekker uitschudt.

             

             

           

De kleine variant van de Fuut is de Dodaars (hierboven te zien). Het is de kleinste onder de futenfamilie. Op de foto zie je de vogel in winterkleed. Net als de Fuut is deze `s zomers een stuk mooier gekleurd. Opvallend is de roep van de Dodaars (te horen bij de pagina van de Dodaars), een soort van hinnikend paardengeluidje klinkt dan over het water. De Dodaars dankt zijn naam aan de donsachtige verenpartij aan de achterzijde. Een dot aars. Soms is dat vrij moeilijk te belichten met fotograferen. Hier vind ik de donsveren ook net iets te licht geworden. Volgende keer beter. Al met al is er genoeg te zien aan beide meren. Tussen de meren ligt ook het plaatsje Ketelhaven. In de haven foerageren `s winters vaak Grote zaagbekken. Rondom de haven zie je vaak Appelvinken in de bomen zitten. Het zijn dus niet alleen de eenden die je aantreft. Ook een grote variatie van zangvogels, Grote- en Kleine zilverreiger, Roerdomp, Lepelaar, Havik, Bruine Kiekendief, Slechtvalk, Visarend en de Zeearend is hier het hele jaar aanwezig. Zomer en winter genoeg te zien dus.

 

Goudhaantjes fotograferen in het Swifterbos, 3 december 2010

Eigenlijk is het weer niet zo heel mooi om te gaan fotograferen. Het is erg donker hier in de polder en als je dan ook nog in het bos loopt, worden de sluitertijden van de camera er niet beter op. Enkele uren later ziet het er beter uit. De zon komt af en toe door de wolken en er ontstaan toch redelijk mooie omstandigheden om de camera te pakken en een kans te wagen. Ik vertrek te voet naar het Swifterbos dat hemelsbreed nog geen 500m van mijn huis af ligt. Mijn doel is om Goudhaantjes te fotograferen. De Goudhaan (Regulus regulus) is de kleinste vogelsoort van Europa. Velen denken daarbij vaak aan de Winterkoning, maar de Goudhaan is toch kleiner. Met nog geen 9 cm en een gewicht van ongeveer 5 á 6 gram zijn ze de kleinsten. Om deze soort te fotograferen, moet je ze eerst zoeken. Ze leven meestal hoog in de naaldbossen, maar `s winters zoeken ze ook de loofbossen op en komen ook in de lagere struiken voor. De meeste zangvogelgeluiden kan ik inmiddels dromen en zo ook het geluid van de Goudhaantjes. Een heel hoog en iel roepje verraadt een groepje dat foerageert in een wirwar van struiken. Ik ben inmiddels helemaal achterin het Swifterbos waar ook vlakbij mijn schuilhut staat. Als ik vlakbij het groepje vogeltjes ben, ga ik laag tegen een boom aan zitten en gooi een soort van camouflagenetje over me heen. het is een beetje raar gezicht als er toevallig mensen langs komen, maar als ik fotografeer, trek ik me er niets van aan. De foto`s komen niet vanzelf aanwaaien. Je moet er vaak wel iets voor doen. De Goudhaantjes doen waar ik op hoop, namelijk de lagere struiken opzoeken! Camera gereed en afwachten wat komen gaat. Nu is het Goudhaantje niet het vogeltje dat even rustig gaat poseren. Sterker nog, het zit nooit stil! Een rasecht voorbeeld van ADHD. Ze zijn niet stil te krijgen! De camera is ook constant in beweging en menig plaatje is bewogen. Toch probeer ik de kleine stuiterballetjes te blijven volgen.

           

           

 Een aantal van de foto`s zijn in dit formaat nog wel toonbaar, maar toch is de kwaliteit niet goed. Je moet goede omstandigheden hebben om deze vlugge vogeltjes te kunnen fotograferen. Uiteraard speelt de geluksfactor ook een zeer grote rol. Toch zal ik nog vaker de kans krijgen om deze soort te kunnen fotograferen. Hier in dit bos kom ik de soort het gehele jaar tegen. Een belangrijk kenmerk om de vogeltjes te ontdekken is toch het geluid. De zang bestaat uit een reeks hoge tonen en afwisselend hoor je er ook een lage toon doorheen. Als je Windows Explorer hebt, hoor je op de achtergrond de Goudhaan zingen. De mannetjes van de Goudhanen hebben in de mooie gele kruinstreep een aantal oranje veertjes zitten. Daaraan zijn ze vaak wel herkenbaar. In de winter kun je grote aantallen aantreffen. De vogels van ons land krijgen dan bezoek van duizenden soortgenoten uit Scandinavië. Vaak zijn de vogeltjes ook heel tam, omdat ze in het hoge Noorden bijna geen mensen zien. In Nederland gaat het goed met de Goudhaan. Met een constante 50.000 broedparen zijn ze goed vertegenwoordigd. Ze broeden twee keer per jaar en leggen gemiddeld 7 tot wel 13 eieren. Na twee weken komen ze uit.

               

 

Stepnica Polen 23 tm 28 oktober 2010

In Nederland heb ik nu al een aantal keren de Zeearend kunnen fotograferen. Op zich is dat al heel erg bijzonder, omdat deze vogels zich, ondanks hun grootte niet vaak laten zien. Maar een mooie duidelijke foto had ik er tot nu toe nog niet van gemaakt. Het werd dus tijd om daar eens verandering in te brengen. Dus werd er op zaterdagmorgen vertrokken naar de gemeente Stepnica in Polen. Daar verzamelen zich langs de Oderdelta vele paren Zeearenden in de herfst. Ook is daar de broedpopulatie van deze soort zeer succesvol aanwezig. Het mooie van deze plek is dat de arenden daar zichzelf hebben aangeleerd, dat er bij de lokale vissersboten soms een makkelijk hapje te halen valt. Het afval en de dode vissen worden overboord gegooid en de meeuwen maken daar dankbaar gebruik van. De meeuwen prikkelen op hun beurt weer de zintuigen van de Zeearenden en die komen ook af en toe kijken wat er te halen valt.

             

             

Hierboven de Poolse vissers die de netten leeghalen. De meeuwen weten dat er wat te halen valt en er ontstaan dan gevechten tussen verschillende soorten meeuwen zoals Stormmeeuwen, Kokmeeuwen, Zilvermeeuwen, Grote- en Kleine mantelmeeuwen. De Zeearenden zien dit op hun beurt weer als een teken dat er wat te halen valt en soms komen ze.

De eerste keer dat we gaan varen is op zondagmiddag. Nadat het ontbijt van Gosia onze gastvrouw was genuttigd, gingen we ons voorbereiden op de arenden. De batterijen allemaal opgeladen, camera op de juiste instellingen en nu nog arenden! Toen we buiten kwamen, zagen we de eerste arend al over ons verblijf heen vliegen. De vogel had er veel moeite mee, omdat de omstandigheden niet echt gunstig waren te noemen. Het waaide hard en het licht was niet echt denderend mooi.......

Ons verblijf in Stepnica gefotografeerd vanuit de boot met (toen wel) uitstekend weer om te fotograferen.

Op naar de haven om daar in het bootje te stappen op weg richting de Oderdelta. We zaten we met ons vieren (Steven Ruiter, Ed van Zoonen, Huub Hierck en ik) in het aardig comfortabele bootje van de plaatselijke visser Mirtec. Hij was aardig bedreven in het juist manoeuvreren van de sloep ten opzichte van de arenden. Hij hield rekening met de wind en zorgde meestal dat we het licht aan de juiste kant van de arend hadden staan. Hij had het dus vaker gedaan. Met steeds kleine stukjes brood overboord te gooien hield Mirtec de aandacht van de meeuwen op de boot gericht. Na een tijdje was het dan zover: De eerste Zeearend meldde zich in de lucht! Wat een gigantische vogel was mijn eerste gedachte! Met een spanwijdte van twee en een halve meter is het de grootste Europese arendsoort. Zijn aandacht was overduidelijk gericht op onze boot! Camera in de aanslag en kijken wat komen gaat. Mirtec gooit een vis die te groot is voor de meeuwen en de arend heeft het gezien! De vogel draait een paar keer boven de boot, schat even zijn kansen in en begint plotseling aan een enorme duikvlucht. Onderweg gaan de vleugels bijna strak tegen het lijf en vervolgens strekken zich de enorme klauwen onder het lichaam om de vis te kunne grijpen. In zo`n situatie moet je dus kalm blijven en "gewoon" fotograferen! Ik kan je vertellen dat als je zoiets indrukwekkends voor het eerst ziet, dat geen gemakkelijke opdracht is!

           

           

Hier heeft de Zeearend zijn prooi stevig te pakken. Meestal kwamen alleen de volwassen (adulte) vogels naar beneden om een maaltje vis te halen. De jonge (juveniele) vogels waren misschien nog niet erg ervaren of waren schuwer. Ik heb de eerste dag met mijn eigen camera gefotografeerd. De Canon EOS 40D. Op zich een perfecte camera voor het werk waarvoor ik het gebruik. Fotograferen vanuit een hut of de auto. Maar als je in een klein vissersbootje zit op een golvende Oder in Polen en er komt een Europese Zeearend naar beneden knallen, wordt er even iets meer gevraagd! Gelukkig bood Huub Hierck me aan om de resterende drie dagen erna te fotograferen met de Canon EOS 1D Mark III. Wat is dat een fantastische camera! Een verschrikkelijk snelle autofocus en 10 beelden per seconde! De 300mm 2.8 lens maakt het helemaal af. Dan fotografeer je dus met de aller-snelste combinatie ter wereld! Een must voor dit werk! Opeens komt de arend in actie! Camera staat klaar op AI Servo (de snelste stand), richten en schieten. Bij een dergelijke actie jaag je er dan 30 beelden door in drie seconden! Dat is de tijd die de vogel nodig heeft om vanuit de lucht naar het wateroppervlak te duiken, de vis te grijpen en vervolgens weer weg te vliegen met prooi! Jammer genoeg heb ik voor mijzelf niet dé foto die ik in gedachten had, maar wie weet komt die ooit nog! Ik ben tevreden met het avontuur dat ik heb beleefd in Polen. Een woord van dank gaat uit naar natuurfotograaf Steven Ruiter die het voor mij mogelijk heeft gemaakt om deze foto`s te kunnen maken. Alles was ook tot in de puntjes geregeld van een slaapplek, heerlijk eten en uiteraard de fantastische Europese Zeearenden. Een aanrader om een keer mee te gaan maken voor de échte liefhebbers! Steven bedankt!

 

Terschelling 9 tm 16 augustus 2010

Afgelopen week heb ik met vrouw en kinderen doorgebracht op het Friese eiland Terschelling. Vanaf de boot uit Harlingen kon ik de eerste vogel al ontdekken. De Grote stern. Een sierlijke stern die zich vooral voedt met kleine visjes. Vanuit de haven op Terschelling West kon ik deze soort een paar dagen later fotograferen. Ze vlogen zoekend naar prooi op grote afstand door de haven. Even bleven ze doodstil in de lucht hangen om zich vervolgens in het water te laten vallen als een baksteen.

           

              De Grote stern (Sterna sandvicensis) aan het jagen boven de haven. In het natuurgebied de Boschplaat op Terschelling, is deze soort stern een jaarlijkse broedvogel. De Boschplaat is een Europees erkend natuurgebied van ongeveer vijf km breed en tien km lang en ligt aan de oostzijde van het eiland. Er broeden tal van vogelsoorten zoals de Lepelaar, Grote- en Noordse stern, ook de Dwergstern, Kleine- en Grote mantelmeeuw, Zilvermeeuw, Tapuit, Paapje en de Strandplevier.

             

Het gebied is op bepaalde plekken van 15 maart tot 15 augustus (broedseizoen) volledig afgesloten! Aan de noordkant van het eiland ligt de Noordzee en aan de zuidkant ligt de prachtige Waddenzee. En juist aan de kant van de Waddenzee wilde ik mijn geluk eens gaan beproeven op steltlopers en al het moois dat voor mijn lens zou gaan komen. Op 12 augustus zou het om ongeveer 11:45 hoogwater wezen. Ik ben `s morgens om half 10 naar de plek gegaan die ik de dag ervoor al had uitgezocht. Er waren al behoorlijk wat vogels aanwezig en ze lieten zich ook goed horen. Prachtig om al die verschillende roepen door elkaar te horen. Zo heel vaak hoor ik dat niet allemaal door elkaar. In Flevoland hoor ik wel eens een Oeverloper, Witgat of een Scholekster, maar hier aan de rand van de Wadden hoor je alles door elkaar heen!

           Aan de linkerkant hierboven een stukje van het Waddengebied en rechts de duinen van de Noordzee. Ik besloot om via de grote rotsblokken naar beneden te lopen en daar te wachten op het opkomende water. Het was inmiddels 10 uur geworden en de drielettergrepige roep van de Groenpootruiter galmde over het water. Het was een behoorlijk groepje van deze soort die vlak over het water vloog. Het was echter te ver om een foto van te maken. De Scholeksters "tepieten" er vrolijk op los. Een onmiskenbaar geluid van deze soort. Eenmaal gehoord en je vergeet het niet gauw meer. Soorten die ik op afstand door de kijker kon bewonderen waren: Wulp, Regenwulp, Bontbekplevier, Scholekster, Tureluur, Groenpootruiter, Bruine kiekendief, Rosse grutto en de Steenloper. Deze laatste soort kwam nog redelijk in grote getale langs het opkomende water heen lopen. Ik zag dat er zowel vogels bij waren die al in het winterkleed waren, ook waren er nog in het mooie zomerkleed en natuurlijk de juveniele vogels van afgelopen broedseizoen liepen mee te foerageren. In het Engels heten ze "Turnstone" wat zoiets als "Stenenomkeerder" betekend. Deze naam doen ze zeker eer aan, want je ziet ze nogal eens wat omdraaien.

             De Steenlopers met links twee juveniele vogels en rechts een mannetje nog in broedkleed. Ik moet toegeven dat deze vogels niet zo makkelijk te benaderen waren als in IJmuiden, waar ze je bijna over de schoenen lopen. Opeens hoorde ik een geluidje dat ik niet kon thuisbrengen! Het was een hoog, piepend geluidje dat leek op het geluidje dat in een speelgoedje van de hond zat. Toen ik een groepje Steenlopers langs zag vliegen, zag ik de "onbekende" ertussen vliegen. Ik zag de vogel voor het eerst in mijn leven en herkende het meteen: Grauwe Franjepoot! Daar had ik alleen van durven dromen om die te zien. Nu moest ik er nog een foto van proberen te maken. Nu heb ik er al talloze, schitterende foto`s van gezien. Ook foto`s die van zeer dichtbij genomen zijn. Soms op nog geen drie meter afstand! Ik wist ook dat ze niet moeilijk te benaderen waren. Maar deze juveniele vogel zat tussen de Steenlopers en die waren niet zo goed van vertrouwen. Op mijn hurken en knieën probeerde ik dichterbij te komen, maar de groep ging er weer vandoor inclusief Grauwe Franjepoot! Nog een poging wagen dus. Weer kwam ik te dichtbij en weer ging de groep weg, maar de franjepoot bleef staan en foerageerde rustig door. Ik besloot eerste een paar plaatjes te maken en toen dichterbij te kruipen. Dat lukte nog enkele meters en toen vloog de kleine vogel de grote zee op om vervolgens uit het zicht te verdwijnen.

              De Grauwe Franjepoot (Phalaropus lobatus) zul je alleen in het broedseizoen in Europa aantreffen. Ze broeden in landen als IJsland, Noorwegen en Letland. In Nederland maak je de meeste kans op een ontmoeting in Noord Groningen, het Lauwersmeergebied, de Waddeneilanden en de westkant van Friesland. De vogel is iets groter als een Huismus.

              Ook de Rosse grutto (Limosa lapponica) kon ik nog redelijk fotograferen. Volgens mij mankeerde de vogel iets, want hij zat elke keer met zijn snavel open en maakte dan een soort snuivend geluid. Deze vogel is iets kleiner dan de gewone Grutto en als je goed kijkt heeft deze soort een duidelijk opgewipte snavelpunt. Het mannetje zoals op de foto is mooi steenrood gekleurd. In de zomer is dat nog veel mooier en dieper rood gekleurd. Het vrouwtje is beige tot oranjeachtig gekleurd.

               

Op het strand was de Zilvermeeuw nog een keer nieuwsgierig en landde om te kijken of ik iets eetbaars bij me had. De Graspieper kon ik later op de terugweg nog van dichtbij op de foto zetten. Ook lag er nog een krab op het strand.

Een mooi hapje voor een Zilvermeeuw, zo`n achtergebleven krab. De Regenwulp bleef op zeer grote afstand van de camera.

 

Toen ik de Waddenzee weer bijna achter me gelaten had, hoorde ik weer het piepende geluidje. Nu herkende ik het wel! De Grauwe franjepoot was weer aan het foerageren tussen de Steenlopers. Ik was tevreden met mijn foto`s en liep verder. `s Avonds heb ik nog een poging gedaan om aan de noordzijde van het eiland de zonsondergang te fotograferen.

            

Toch vind ik het niet gemakkelijk om een goede landschapsfoto te maken. Ik hou het liever bij de gevederde vrienden. Deze twee foto`s heb ik tussen 21:00 en 21:30 gemaakt. De linker in de duinen van de Noordzee en de rechter aan de Noordzee. Maar volgens mij valt er veel meer te zien op Terschelling dan dat ik in één week heb kunnen zien.........

Eerste weblogverhaal.

Inmiddels is het dan zover: een eigen weblog dat ik proberen ga zo recent mogelijk bij te houden. Het kost wel een beetje van je vrije tijd, maar je moet er toch wat voor over hebben. Sommige mensen zijn benieuwd hoe een bepaalde foto tot stand komt en vragen er dan ook naar. Met deze weblog hoop ik er een beetje antwoord op te geven. In de loop van de jaren ben ik er inmiddels wel achter dat je niet zomaar een vogelsoort of ander dier op de gevoelige plaat vastlegt. Nu vraagt de ene soort meer tijd dan de ander en soms moet je gewoon voorbereidingen treffen voor een bepaalde diersoort of vogel. Mijn voorkeur gaat in de eerste plaats uit naar de vogels. Uiteraard is mijn verlanglijstje nog lang niet compleet en er wordt hard aan gewerkt om de juiste vogels voor de lens te krijgen. Maar goed laat ik maar eens beginnen met augustus 2010.

Op zondag 8 augustus kreeg ik `s morgens een sms van Ed van Zoonen (een vriend natuurfotograaf ). Voor een uitkijkhut in de Oostvaardersplassen, zaten veel Lepelaars. Die zijn natuurlijk altijd mooi om te fotograferen. Alleen had ik mijn twijfels over het aanwezige licht. Het was grijs en er was behoorlijk wat bewolking richting het westen. Het was inmiddels 06:45 toen ik onderweg was naar het 5600 ha grote natuurgebied tussen Almere en Lelystad. Daar aangekomen stonden er inderdaad een hele groep vogels voor de hut. Grauwe ganzen, Lepelaars, Slobeenden, Wintertalingen, een paar Blauwe reigers, Aalscholvers stonden in het ondiepe water de vleugels te drogen en in de verte stonden nog enkele Grote zilverreigers. Echter vond ik het licht niet mooi genoeg om daar te gaan fotograferen. Maar ja ik stond er nu eenmaal en tóch heb ik een paar plaatjes gemaakt van een jonge Lepelaar dat bij een van de oudere vogels voedsel aan het bedelen was.

             

Na lang achter de oude vogel te hebben aangelopen, krijgt het jong waar ie op hoopte. Even later besloot ik het voor gezien te houden en ben via de Knardijk naar huis gereden. Daar zag ik in een ooghoek nog een mooie Reebok liggen te kauwen. Vlug de auto gedraaid, camera in de aanslag en proberen het dier vast te leggen. Dat lukte zonder enige moeite.

              

                                                  Eerst is de Ree nog voorzichtig en kijkt zeer alert. Na een tijdje te hebben liggen kauwen op gras, komt ze overeind om zich eens lekker uit te rekken, het water van het natte gras van zich af te schudden, nog één keer omkijken en dan verdwijnen. Op de Torenvalkweg trof ik nog een foeragerende Zwarte kraai met een bedelend jong. Toen ik alles weer in de aanslag had, besloot de oudere vogel om mij niet te vertrouwen en het jong bleef zitten om zelf zijn geluk te beproeven.

                                                                    

Toen ben ik via de Kamperhoek richting Ketelmeerdijk gereden. Bij de Kamperhoek zit de grootste Oeverzwaluwkolonie van Flevoland. De jongen zijn inmiddels allemaal uitgevlogen en maken zich klaar voor hun eerste grote reis. In augustus en september trekken deze sierlijke vogeltjes weer naar tropisch Afrika. Misschien zien we ze hier volgend jaar weer.

De wand telt dit jaar meer als 200 zelf gegraven gaten.

De Kamperhoek is één van de Flevoland Landschap natuurgebieden waar elk jaar vele mooie vogelsoorten verblijven. Enkele soorten die er elk jaar aanwezig zijn zijn: Baardman, Bruine kiekendief, Grote zilverreiger, Roerdomp en Blauwborst.

                                                  

Verder gereden naar de Ketelmeerdijk zag ik deze juveniele Blauwe reiger nog op een groot anker zitten en de Grote zilverreiger die zich ook `s winters regelmatig rond de Kamperhoek ophoudt. Dagelijks zie ik langs de Ketelmeerdijk en ook de Vossemeerdijk die er vlakbij ligt, roofvogels zoals Buizerd en Torenvalk op de palen zitten. Af en toe zitten er ook andere soorten. Zo zag ik er afgelopen winter een juveniele Zeearend zitten en het mannetje van de Blauwe kiekendief. De Buizerd zat er vanmorgen ook. Eerst wilde de rover niet poseren, maar even later kon `m tóch vastleggen.

                                  

Zoals de eerste foto laat zien, gaat het uiteraard niet altijd zoals ik wil. Bij de tweede foto kleurt het oranje niet mooi. Er moet altijd nog iets te wensen over blijven om te kunnen fotograferen. Volgende keer misschien beter?.........